Interview Paul Tameling: “Openheid is verschrikkelijk belangrijk”

Tijdens de waterschapsverkiezingen op 20 maart werd Paul Tameling verkozen in het Dagelijks Bestuur van waterschap Noorderzijlvest. In zijn portefeuille heeft hij het Zuidelijk Westerkwartier, en zodoende vertegenwoordigt hij het waterschap ook in de Gebiedscommissie van het gebiedsontwikkelingsproject. Wij belden hem op om kennis te maken en zijn nieuwe rol als bestuurder te bespreken.

Hoe ben je bij het Zuidelijk Westerkwartier betrokken geraakt?

“Dat gebeurde vanuit mijn rol binnen het Collectief Groningen West, waar ik in het bestuur zat. Het collectief was nauw bij het project betrokken, en zo ben ik bij de werkgroep communicatie gekomen. Ik hield me bezig met de vraag hoe we met de communicatie rondom de gebiedsontwikkeling om moesten gaan. In het begin verliep die communicatie niet altijd even soepel. We merkten in die tijd dat bepaalde dingen bij betrokken in- en omwonenden veel vragen opriep. Dat signaal is door de Gebiedscommissie goed opgepakt. Er zijn keukentafelgesprekken en schetssessies georganiseerd die heel goed voor het gebied hebben gewerkt. Wij, van de werkgroep communicatie, hebben gezorgd voor de planning en communicatie rond die bijeenkomsten. Wanneer vinden ze plaats? Waar publiceer je de informatie? Wie wil je bereiken? En op welk moment?”

Hoe ben je bij het waterschap terechtgekomen?

“Ongeveer 4 jaar geleden startte ik in het Algemeen Bestuur van het waterschap, en tijdens de verkiezingen in maart 2019 werd ik verkozen in het Dagelijks Bestuur. Toen kreeg ik het hele Westerkwartier, gelukkig, onder mijn hoede. Dat daar ook de gebiedsontwikkeling onder valt vind ik heel leuk. Ik woon namelijk heel dicht bij het gebied, en heb er echt een band mee. Het is ook een voordeel dat ik het gebied goed ken: ik heb geen informatieachterstand en kan dus meteen goed meekomen.”

Waar houd je je bij het waterschap allemaal mee bezig?

“Naast het Westerkwartier ben ik ook portefeuillehouder van de Kaderrichtlijn Water, vismigratie, het Deltaplan Agrarisch Water, schoon water en de peilbesluiten. Ik vind het belangrijk om daarbij te weten wat er speelt door zelf regelmatig het gebied in te gaan. Je merkt wel dat je daar als Dagelijks Bestuurslid verder vanaf staat dan in het Algemeen Bestuur, en dat je meer de sturing moet aangeven.”

Wat zijn de doelen van het waterschap voor de gebiedsinrichting in het ZWK?

“Als waterschap werken wij samen met de provincie aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De uitdaging is voor ons om uit te zoeken hoe we die opdracht kunnen verbinden aan de waterbergingsopgave, zodat het gebied tegelijkertijd aantrekkelijk blijft. Voor recreanten, maar ook zeker voor de mensen die er wonen. Om dat te realiseren is het belangrijk om met de betrokkenen in gesprek te blijven. Zo is het weleens voorgekomen dat er samen met bewoners is nagedacht over een alternatief voor een plan waar zij in eerste instantie niet achter stonden, dat betrekking had op de aanleg van een kade. In goed overleg met de betrokkenen is er tòch een oplossing gekomen. Dat vind ik van grote waarde.”

Waar wil je zelf vooral veel aandacht voor hebben als bestuurder en lid van de Gebiedscommissie?

“Ik vind het belangrijk dat informatie over het project voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is. Ten eerste moeten mensen begrijpen waarom we doen wat we doen. Bergingen zijn belangrijk omdat we de omgeving moeten ontlasten in het geval van hevige regen. We kunnen al dat water anders niet kwijt. In 1998 leidde dat al tot flinke wateroverlast. Als we niets doen en er valt weer zo veel water uit de lucht, dan loopt de stad Groningen ook gevaar. Het Zuidelijk Westerkwartier is een geschikte plek om een overschot aan water in te bergen. We hebben de mensen in het gebied hier zo veel mogelijk van geprobeerd bewust te maken, en de plannen zo vormgegeven dat zij zo min mogelijk hinder van de gebiedsontwikkeling ondervinden. Ook zorgen we ervoor dat het gebied op sommige plekken mooier en aantrekkelijker wordt. Ten tweede vind ik het belangrijk dat mensen altijd een antwoord op hun vraag kunnen krijgen. Of dat nu via de website, e-mail of tijdens een gebiedsavond is. In een transparante informatievoorziening is én wordt heel veel geïnvesteerd. Tijdens de uitvoeringsfase bijvoorbeeld, komt de aannemerskeet midden in het gebied te staan, zodat mensen er zelf naartoe kunnen met hun vraag. Die openheid is verschrikkelijk belangrijk.”

Zijn er naast communicatie en openheid nog meer aspecten onmisbaar binnen een gebiedsontwikkelingsproject?

“Je merkt al dat ik het onderhouden van contact met inwoners van het gebied heel belangrijk vind. Maar ook de technische kant, die je intern regelt, wil ik goed onderhouden. Zo weten we ook binnen het project wat er leeft en speelt. Daarnaast denk ik dat het ook belangrijk is om van andere projecten te leren en kennis uit te wisselen met andere mensen die met gebiedsontwikkeling bezig zijn. Ik heb bijvoorbeeld recent gesproken op een bijeenkomst voor een aantal projectleiders uit het land om te laten zien hoe wij hier werken en om ervaringen te delen. Zo helpen we elkaar verder.”

Wat wens je voor de toekomst van het Zuidelijk Westerkwartier?

“Ik hoop dat mensen trots blijven op het gebied en dat de natuur zich kan ontwikkelen zoals wij bedacht hebben. Ik hoop van harte dat iedereen zijn plek vindt en het gevoel heeft dat het gebied vooruit is gegaan. We zijn nog tot december 2020 aan het werk: er wordt met vrachtauto’s gereden, er worden graafmachines ingezet en kunstwerken aangelegd. Zulke gebeurtenissen hebben invloed op de mensen. Als de gebiedsinrichting klaar is wordt het weer rustig in het gebied en dat moet dan ook zo blijven. Als de mensen weten waar de gebiedsontwikkeling voor is geweest en het hen niet heeft overvallen, dan is het wat mij betreft gelukt. Ik hoop dat we het project na afloop kunnen afsluiten met een knalfeest, samen met de omgeving.”