Leekstermeer

Wie van Nienoord naar Midwolde of Lettelbert fietst, rijdt door een mooi stukje cultuurlandschap. De houtsingels, de poldersloten, dit gebied is een visitekaartje voor het Westerkwartier. De ontwikkeling van het gebied richt zich daarom ook op het versterken van het huidige karakter.

Toelichting basisschets:
In de basisschets wordt ingespeeld op de hoogteligging van het gebied en wordt water in het lage deel vastgehouden. Op de lagere delen kan vochtig hooiland ontwikkeld worden en op de hogere gronden kruidenrijk grasland.

Uitleg termen

Vochtig hooiland

Vochtig hooiland bestaat uit bloemrijke/kruidenrijke graslanden. Het gaat om bijvoorbeeld dotterbloemhooilanden. Ze zijn nationaal en internationaal van belang voor de flora en fauna. Vochtig hooiland is door bemesting, ontginning en ontwatering zeldzaam geworden in Nederland.

U kunt voorbeelden van vochtig hooiland vinden bij de Drentse Aa, bij de Oude Riet en bij de Doezumermieden.

Bron

Kruidenrijk grasland

Het is een omvattende term voor: de graslanden die voor tenminste een vijfde uit mossen en kruiden bestaat en die niet tot de schraallanden, vochtig hooiland, zilt grasland, overstromingsgrasland of glanshaverhooiland horen. Kenmerkend is de variatie in structuur en het voorkomen van relatief veel kleine zoogdieren. Ook vlinders, insecten en vogels hebben belang bij dit type.

Bron

 

Natuur

In dit gebied richten we ons op het behouden en versterken van het landschap.

  • De potenties van het gebied voor onder meer de ontwikkeling van soortenrijke graslanden zijn groot.
  • In het verleden is het boezemland opgehoogd. Door de opgebrachte grond weer te verwijderen ontstaat het oorspronkelijke boezemland. De graslanden ten zuiden van de Molenwijk leggen we ook voor de boezem zodat ook hier een meerwaarde ontstaat voor o.a. moerasvogels. Dit draagt direct bij aan de natuurdoelen van dit Natura 2000-gebied.
  • Het verkavelingspatroon voert terug tot in de middeleeuwen. Bodemsoort en hoogteligging hebben een sterke relatie met landgebruik en landschapsinrichting. Deze historische percelering blijft intact of wordt meer zichtbaar gemaakt. 
  • Versterken van de overgangen van besloten gebied naar open gebied.

Water

Er wordt hier geen waterberging gerealiseerd.

  • In een deel van het gebied worden de waterpeilen licht verhoogd, waarbij ingespeeld wordt op de hoogteligging van het gebied. Zo zal het gebied rond de Molenwijk natter worden.
  • De oevers worden verruimd en de oppervlakte van het boezemland wordt vergroot. Dit draagt bij aan het lokaal vasthouden van water en de aanvulling van het grondwater.
  • Aan de noordzijde van het Leekster Hoofddiep: in het verleden is de grond opgehoogd, die ophoging gaat er weer af. Het maaiveld staat straks weer gelijk met het waterniveau. Zo komt het (droge) land weer onder invloed van de boezem. 
  • Het perceel aan de zuidzijde van de Molenwijk komt voor de boezem te liggen. Hier vindt ontwikkeling van rietland en moeras plaats.
  • Tegelijkertijd met de herinrichting van het natuurgebied nemen we maatregelen om de waterhuishoudkundige knelpunten voor de landbouw op te lossen.

Overig

Er zijn diverse wensen geuit op het gebied van recreatie. De mogelijkheden worden onderzocht.