Leekstermeer

De ontwikkeling van het gebied richt zich op het behouden en versterken van het (cultuur)landschap, met haar karakteristieke houtsingels en poldersloten. Ook benutten we de potenties van het gebied voor onder meer de ontwikkeling van soortenrijke graslanden.

Wat gaat er gebeuren?

  • We brengen het boezemland weer terug in oorspronkelijke staat door de in het verleden opgehoogde grond weer te verwijderen.
  • De graslanden ten zuiden van de Molenwijk leggen we ook voor de boezem zodat ook hier een meerwaarde ontstaat voor onder andere moerasvogels. Hier vindt zo ook ontwikkeling van rietland en moeras plaats.
  • Het verkavelingspatroon voert terug tot in de middeleeuwen. Deze historische percelering blijft intact of wordt meer zichtbaar gemaakt door het slotenpatroon te versterken en het singellandschap te herstellen.
  • De overgangen van het besloten gebied naar open gebied worden versterkt door deze overgangen te accentueren. Dit kan door het aanplanten van singels.
  • In een deel van het gebied worden de waterpeilen licht verhoogd, waarbij ingespeeld wordt op de hoogteligging van het gebied. Zo zal het gebied rond de Molenwijk natter worden.
  • De oevers worden verruimd en de oppervlakte van het boezemland wordt vergroot. Dit draagt bij aan het lokaal vasthouden van water en de aanvulling van het grondwater.
  • Aan de noordzijde van het Leekster Hoofddiep wordt het maaiveld weer op gelijke hoogte met het waterniveau gebracht. Zo komt het (droge) land weer onder invloed van de boezem.
  • Tegelijkertijd met de herinrichting van het natuurgebied nemen we maatregelen om de waterhuishoudkundige knelpunten voor de landbouw op te lossen. De aan- en afvoer van water wordt verbeterd door niet goed functionerende kunstwerken zoals duikers, inlaten en stuwen waar nodig te vervangen en waar nodig sloten aan te passen.

Uitleg termen

[hrf_faqs category=’leekstermeer’]

Toelichting basisschets: In de basisschets wordt ingespeeld op de hoogteligging van het gebied en wordt water in het lage deel vastgehouden. Op de lagere delen kan vochtig hooiland ontwikkeld worden en op de hogere gronden kruidenrijk grasland.