Gebiedsontwikkeling Zuidelijk Westerkwartier

Veelgestelde vragen


De gebiedscommissie

Wie zijn de leden van de gebiedscommissie?

In de gebiedscommissie zijn diverse organisaties vertegenwoordigd. Zie hieronder de organisaties en de betreffende vertegenwoordiger:

– Boer&Natuur ZWK, Alex Datema

– Gemeente Grootegast (in afwachting)

– Gemeente Leek, Berend Hoekstra

– Gemeente Marum, Jan Vos

– LTO Noord, Henk Hulshoff

– Ondernemersvereniging Toerisme Westerkwartier, Jan Oomkes

– Provincie Groningen, Henk Staghouwer, voorzitter

– Provincie Groningen, Tonny Kraai, ondersteuning

– Staatsbosbeheer, Rieks van der Wal

– Waterschap Noorderzijlvest, Carla Alma, vice-voorzitter

– Wetterskip Fryslân, Egbert Berenst, agendalid

– Prolander, Ernstjan Cornelius, secretaris

Adviseurs:
Provincie Groningen: Mirjam Bakker
Waterschap Noorderzijlvest: Sander Dijk

In de gebiedscommissie zijn belanghebbende organisaties bestuurlijk vertegenwoordigd. Deze is zo samengesteld dat in principe alle belangen uit het gebied zijn vertegenwoordigd. De gebiedscommissie is een adviescommissie die advies uitbrengt over de opdracht aan beide opdrachtgevers. Dat zijn Gedeputeerde Staten van de Provincie Groningen (GS) en het Dagelijks Bestuur (DB) van het waterschap Noorderzijlvest.
De gebiedscommissie wordt ondersteund door verschillende werkgroepen.

Wat is de opdracht van de gebiedscommissie Zuidelijk Westerkwartier?

De gebiedscommissie brengt advies uit aan Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen en het Dagelijks Bestuur van waterschap Noorderzijlvest over de inrichtingsopgaven en –maatregelen, het in te zetten instrumentarium en de financiering.

De opdracht luidt: ‘Maak een integraal plan waarin de diverse inrichtingsopgaven op elkaar zijn afgestemd en gewogen.’ Het advies hierover krijgt de vorm van een concept ontwerp-inrichtingsplan. Daarin staan de volgende inrichtingsopgaven:

  • Realisatie van nieuwe natuur als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (ook wel bekend als de Ecologische Hoofdstructuur)
  • Inrichting van de waterhuishouding voor meer waterveiligheid (Droge Voeten 2050), verbetering waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water), waterconservering (Deltaprogramma Zoet Water), voldoen aan de NBW normen (Nationaal Bestuursakkoord Water)
  • Verbetering van de landbouwstructuur
  • Behoud en herstel van landschappelijke kernkwaliteiten
  • Versterking beleefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van het Natuurnetwerk in het gebied, in samenhang met de omliggende natuurgebieden voor bewoners en recreanten.

Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de besluitvorming en juridisch aanspreekbaar als dingen niet verlopen zoals afgesproken?

De GC is een adviescommissie, zij adviseert GS en DB. Juridisch aanspreekbaar zijn de opdrachtgevers, de Provincie en het Waterschap NZV


Waterschap

Welke flexibiliteit zit er in de omvang van het gebied / m3 opslag, de hoogte, het tracé en de vorm van de dijken

Flexibiliteit:  Er zit geen flexibiliteit in de minimale hoogte van de keringen. Deze moeten voldoen aan de geldende normen. Maatwerk wel mogelijk voor wat betreft omvang, tracé en vorm, hierbij worden belangen afgewogen. De dijken/ keringen kunnen natuurlijk hoger worden tbv andere doelen. Echter hier speelt onder andere wel het kostenaspect mee. Alsook draagkracht van de ondergrond. En verder het ruimte beslag. Hoe hoger de kering des te meer ruimte neemt hij in beslag.

Hoe worden de dijken gemaakt? (materiaal, aanvoer, machines)

Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van gebiedseigen materiaal (grond). Indien dit niet voldoende in kwantiteit of kwaliteit aanwezig is, zal het moeten worden aangevoerd. Er wordt zoveel mogelijk werk met werk gemaakt. Bij het aanvoeren van grond zal bekeken worden hoe dit het beste kan worden gedaan. Ook hier vindt een belangenafweging plaats.

Wat gebeurt er als de capaciteit van het gebied niet voldoende blijkt te zijn?

Het waterschap verwacht met de gekozen maatregelen het water in de boezem voldoende te kunnen verlagen in tijden met extreem veel water. De droge voeten maatregelen zijn voldoende voor het gevraagde veiligheidsniveau in 2025. Het zijn tevens ‘geen spijt’ maatregelen om de veiligheidssituatie in 2050 te borgen (Bron: rapport maatregelen Droge Voeten). Bestuurders van waterschap en provincie moeten zich opnieuw beraden, mochten er veranderende omstandigheden optreden, waarbij de voorziene maatregelen niet voldoende blijken.

 

Wat wordt het zomer-/winterpeil binnen het gebied en wat is de motivatie hiervoor?

Zomer en winterpeil: afhankelijk van de natuurdoelen wordt berekend wat het optimale peil is. Hierbij wordt gekeken in welke mate de natuur afhankelijk is van grondwater en welke drooglegging wenselijk is. Daarna wordt gekeken naar effecten op de omgeving. Er mogen geen ongewenste effecten zijn op grondwaterstanden van peilverhoging buiten het plangebied. Ook wordt gekeken naar het onderhoud en beheer. Zal het optimale peil vanuit natuur leiden tot moeilijkheden in het beheer van het gebied (al of niet uitgevoerd door een pachter) dan wordt nagegaan wat oplossingen kunnen zijn.

De motivatie van een ander peil dan het huidige peil zal in het peilbesluit worden uitgelegd en onderbouwd. Een peilbesluit is onderhevig ook aan inspraak.

Wat betekent de uitbreiding van gemaal H.D. Louwes voor het aantal te bergen m3 in de waterbergingen De Dijken/Bakkerom en Driepolders?

Voor het merendeel van het waterschapsgebied is een veiligheidsniveau afgesproken van 1: 100 jaar. Door de uitbreiding van H.D. Louwes verandert dat veiligheidsniveau niet. En daarom verandert ook niet de verwachting hoe vaak inzet van de waterberging nodig is. Dat blijft 1:25 jaar. De oppervlakte van de waterbergingsgebieden blijft ook hetzelfde als eerder aangewezen.

Wat wel verandert is de hoeveelheid water die in de waterberging moet kunnen wanneer deze ingezet wordt. Die wordt lager. Dat komt doordat bij hoogwater het water op de boezem minder stijgt. Immers, een groter deel van het teveel aan water kan dan weggepompt worden.

De hoogte die het water op de boezem kan bereiken bij hoogwater, noem je de Maatgevende Hoog Waterstand. Met dat getal berekent het waterschap hoeveel m3 water er in de berging moet kunnen.

Verandert de frequentie van inzet van de bergingen van één keer per 25 jaar nu er 20 cm meer water door de boezem kan worden afgevoerd?

Nee, het veiligheidsniveau van eens in de 100 jaar verandert niet als gevolg van de uitbreiding van H.D. Louwes. De verwachte herhalingstijd van inzet van de waterberging blijft dan ook 1:25 jaar. Alleen is de bijbehorende MHW lager doordat de waterstand meer beheersbaar is door de extra inzet van H.D. Louwes. De Maatgevende Hoog Waterstand is de hoogte die het water op de boezem kan bereiken bij hoogwater. Met dat getal berekent het waterschap hoeveel m3 water er in de berging moet kunnen.

Bovendien is het zo dat er niet méér water door de boezem gaat als gevolg van de uitbreiding van H.D. Louwes, hooguit dat het sneller wordt afgevoerd. De hoeveelheid neerslag die valt verandert niet als gevolg van de uitbreiding.

Waarom kondigt Waterschap plotseling nieuwe maatregelen aan

De volledige vraag luidde als volgt:

“Hoe kan het dat het waterschap nu plotseling nieuwe maatregelen aankondigt? Die leiden tot een lagere inschatting van de benodigde capaciteit van de geplande waterbergingsgebieden. Had het waterschap dat niet eerder kunnen bedenken?”

Het KNMI heeft de nieuwe klimaatscenario’s in 2014 bekend gemaakt. De Maatregelenstudie was toen al in gang gezet. Bij het opstellen van de maatregelenstudie is gewerkt met het op dat moment meest recente klimaatscenario, namelijk dat van 2006.

Het was bekend dat nieuwe scenario’s ontwikkeld zouden worden door het KNMI. Bij oplevering van de Maatregelenstudie is dan ook met de provincie afgesproken om de voorgestelde DV2050 maatregelen te toetsen aan de nieuwste klimaatscenario’s.

De uitkomst van die toetsing in 2016 was dat de eerdere maatregelen uit maatregelpakket A onverminderd effectief zijn. Maar dat ze onvoldoende zijn om in de derde schil van de Electraboezem aan de veiligheidsnorm te voldoen. Daarom zijn aanvullende maatregelen nodig. Naast het uitvoeren van pakket A  tot 2025 geïnvesteerd zal moeten worden in het méér ophogen van een grotere lengte aan regionale keringen dan in pakket A. Daarmee kwam een maatregel die aanvullend was op pakket A weer in beeld als alternatief: het vergroten van gemaal H.D. Louwes. Uitbreiding van H.D. Louwes is dus geen nieuwe maatregel, maar was bij de Maatregelenstudie niet als voorkeursmaatregel gekozen.

 

Stel dat vanuit het Lauwersmeer onvoldoende gespuid kan worden op de Waddenzee. Is het risico op wateroverlast in die situatie hoger wanneer de kades 20 cm lager worden aangelegd?

Het risico op wateroverlast wordt uitgedrukt in de kans op overstroming, het veiligheidsniveau. Bij de uitbreiding van het gemaal H.D. Louwes verandert het veiligheidsniveau in het waterschapsgebied niet. De norm blijft namelijk eens in de 100 jaar.

De nieuwe waterbergingen Polder De Dijken/Bakkerom en Driepolders liggen in het gebied achter het gemaal H.D. Louwes, in de 3e schil. De uitbreiding van het gemaal H.D. Louwes zorgt ervoor dat de waterstanden in dat gebied beter beheersbaar worden. Daarom valt de Maatgevende Hoogwaterstand in het gebied achter het gemaal lager uit. Juist nu extra rekening gehouden is met klimaatverandering klinkt een verlaging van de Maatgevende Hoogwaterstand tegenstrijdig, maar is dat niet.

De uitleg is als volgt:

De maatregel uitbreiding H.D Louwes houdt ook in dat het Hunsingokanaal wordt opgewaardeerd. In de praktijk komt dat neer op het verbreden van het kanaal. Dat betekent dat de afvoercapaciteit van het kanaal hoger wordt. Zo hoog dat het gemaal daadwerkelijk voldoende water krijgt om te kunnen verpompen.

Naast het verbreden van het Hunsingokanaal zorgt het waterschap ervoor dat de sluis Schouwerzijl tijdelijk dicht kan tijdens hoogwater. Nu is het nog zo dat bij hoogwater een deel van het boezemwater uit de noordelijke kustpolders via Schouwerzijl naar De Waterwolf stroomt. Door het sluiten van de sluis Schouwerzijl zal het water niet naar De Waterwolf stromen, maar naar het gemaal H.D Louwes. Dat voert het water vervolgens af.

De Waterwolf  maalt dan alleen water af dat uit het zuidelijk deel van de derde schil wordt aangevoerd. Daarmee is De Waterwolf effectiever voor dat deel van de 3e schil: het kan het water uit dat deel sneller afvoeren. Die effectiviteit resulteert in lagere Maatgevende Hoogwaterstanden op de 3e schil.

De keringen worden aangelegd met een levensduur van 50 jaar. Daarbij houden we rekening met de verwachte klimaatverandering en bodemdaling in 2070. Voor de waterbergingsgebieden Polder De Dijken/Bakkerom en Driepolders betekent dit alles dat nieuwe kades minder hoog hoeven en dat bestaande kades minder opgehoogd hoeven te worden.

Een verhoogde waterstand op het Lauwersmeer heeft geen effect op de 3e schil. Immers, de gemalen De Waterwolf en H.D. Louwes vormen de grens tussen het water van het Lauwersmeer en de Electraboezem 3e schil. De gemalen zijn juist bedoeld om water naar het Lauwersmeer te pompen. Op het moment dat het Lauwersmeer vol dreigt te raken, zal de berging in het boezemsysteem ook volledig benut zijn. Ook wanneer er door hogere kades rond de waterberging of langs de kanalen extra berging is. Dit betreft namelijk een extreme situatie.

Hoe groot is de onzekerheid in de berekening van het waterschap dat volstaan kan worden met 20 cm lagere dijken van de waterberging?

De onzekerheid is kleiner dan de onzekerheid die in de berekende waterstanden en kadehoogtes zonder uitbreiding van H.D. Louwes zit. Dat komt doordat nu gebruik wordt gemaakt van meer accurate scenario’s.

Hoe groot is het risico dat een volgend klimaatscenario nog slechter is en de 20 cm lagere dijken dan alsnog verhoogd moeten worden?

Gemiddeld om de 8 jaar produceert het KNMI nieuwe klimaatscenario’s. Daarin geeft het KNMI een verwachting van de klimaatontwikkeling voor 2050 en 2085. De gegevens uit de periode tussen twee scenario’s gebruikt het KNMI in het bepalen van het volgende klimaatscenario. Dat er ontwikkeling is naar meer regenval in kortere perioden is duidelijk. Maar of die ontwikkeling in de toekomst sneller of juist minder snel zal gaan, weten we niet. We kunnen niet uitsluiten dat op basis van nieuwe klimaatscenario’s de keringen uiteindelijk alsnog verhoogd moeten worden. Echter, op basis van informatie die je niet hebt, besluiten de keringen te verhogen (of op hoogte te blijven houden), is niet reëel. Daarmee zou namelijk ook het uitgangspunt, de veiligheidsnorm van 1:100 jaar, losgelaten worden.

Bovendien stroomt bij hoogwater het water niet zomaar de waterberging in. Dat gebeurt via een gestuurde inlaat. Wanneer de berging vol raakt, gaat de inlaat dicht. Is er dan nog meer water? Dan wordt dat over de boezem en de ander polders verdeeld.


De Driepolders

Kan de provincie i.o.m. Rijkswaterstaat zorgen voor een fietstunnel onder A7?

De provincie heeft vooralsnog geen middelen beschikbaar gesteld voor de realisatie van een fietstunnel onder de A7. Mocht Rijkswaterstaat plannen ontwikkelen om de weg en de onderdoorgang aan te passen dan kan opnieuw overwogen worden of koppeling met een fietstunnel mogelijk is. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat er werkzaamheden zullen plaatsvinden.

Kunnen de dijken langs de A7 (iets) hoger worden gemaakt en welk effect mag je qua geluid daarvan verwachten?

Kades kunnen hoger als gevolg van andere doelen. Hier moet draagvlak voor zijn. Voor geluidskerende werking van kades zal onderzoek nodig zijn.

Hoe wordt het water buiten het gebied om afgevoerd?

Bij het inzetten van de waterberging moeten gebieden daarbuiten “gewoon” hun afvoer houden. Niet anders dan nu. Het waterschap heeft normen voor de afvoer van water uit bebouwd gebied (te weten 1,33 liter per seconde per hectare). De bergingsgebieden zullen zo worden ingepast dat de waterafvoer van het omringende gebied/ de omringende polder te allen tijde voldoet aan de normen. Voorzien is een verdeelwerk achter het gemaal die het mogelijk maakt om de waterberging en de polder of in zijn totaliteit, of gescheiden, te bemalen.

Komt er een apart gemaal voor het gebied en zo ja waar?

Het functioneren van het huidige gemaal wordt bekeken en getoetst aan de nieuwe situatie. Het ontwerp van de nieuwe situatie bepaalt wat voor gemaal er nodig is en waar deze moet komen.

 

Zijn alle percelen binnen het projectgebied al verworven? Zo niet, wat levert dat voor problemen op?

Nee niet alle percelen zijn verworven. We kijken naar het duurzaam beschikbaar krijgen van gronden om optimaal natuur te kunnen ontwikkelen. Verwerven is hierbij één van de mogelijkheden, maar ook uitruilen en particulier natuurbeheer.

Welk streefbeeld heeft de provincie/SBB voor het gebied; zijn er voorbeelden van reeds gerealiseerde, vergelijkbare gebieden waarvan we kunnen leren?

Provincie en Staatsbosbeheer beraden zich over de natuurdoelen voor de Driepolders. Op dit moment heeft het gebied een weidevogeldoelstelling. Het gebied maakt onderdeel uit van de toekomstige robuuste ecologische verbindingszone, die natte natuurgebieden langs bijv. het Dwarsdiep moet verbinden met Leekstermeer, Zuidlaardermeergebied en uiteindelijk Midden-Groningen.

In de schetssessie is een aantal mogelijke streefbeelden genoemd.

Streefbeelden en voorbeelden in de omgeving:

  • Zomerpolder: voorbeeld -> Onnerpolder (Zuidlaardermeer)
  • Weidevogelgebied: voorbeeld -> Onner- en oostpolder (Zuidlaardermeer), Westerhornerpolder, Surhuizumermieden
  • Natte bloemrijke graslanden: voorbeeld -> Kale Weg, Dwarsdiep, Doezumermieden, Peizermaden
  • Moeras (rietland, water, nat graslanden): voorbeeld -> Leekstermeer, Zuidlaardermeer
  • Verbindingszone (riet, nat grasland): voorbeeld -> omgeving Winschoten en Nieuweschans

Is herstel van de weidevogelstand mogelijk/wenselijk?

Deze afweging wordt nog gemaakt. De ontwikkeling van de aantallen zijn zorgelijk.

Naar welke (soort) vogels en dieren streven we in het gebied?

De Drie Polders maakt onderdeel uit van het natuurnetwerk in Groningen. Zij vormt een tussenstap tussen de natte natuurgebieden in het westen van de provincie als bijvoorbeeld het Dwarsdiep, Polder de Kale weg en het Leekstermeer. Op dit moment heeft het gebied nog een weidevogeldoelstelling voor bijvoorbeeld grutto, tureluur, kemphaan, watersnip en veldleeuwerik. Als verbindende schakel in het natuurnetwerk streven we ook naar leefgebied voor bijvoorbeeld de otter,roerdomp, waterspitsmuis, diverse kikkers en libellensoorten.

 

Welke mogelijkheden resteren er nog voor de landbouw als de natuurontwikkeling voorrang krijgt?

De Drie Polders is een onderdeel van het natuurnetwerk. Het grootste deel van dit natuurnetwerk in De Drie Polders is al natuurgebied. Staatsbosbeheer voert het beheer uit met hulp van pachters. Of dit in de toekomst nog mogelijk is, is afhankelijk van het gekozen natuurstreefbeeld en de daarbij behorende waterhuishouding. Staatsbosbeheer bepaalt zelf in welke mate zij de samenwerking met agrariërs op zoekt, of zij het beheer in pacht uit geeft en onder welke voorwaarden. In het deel van De Drie Polders buiten de aanwijzing natuurnetwerk blijft landbouw mogelijk.

Is er ruimte voor agrarisch natuurbeheer (Boer&Natuur)?

Agrarisch natuurbeheer is mogelijk binnen de kaders van het natuurbeheerplan. Hierin is beschreven in welke gebieden agrarisch natuurbeheer mogelijk is.

De Drie Polders is een onderdeel van het natuurnetwerk. Het grootste deel van dit natuurnetwerk in De Drie Polders is al natuurgebied. Hier is geen mogelijkheid voor agrarisch natuurbeheer in de zin van het natuurbeheerplan. Staatsbosbeheer voert het beheer uit met hulp van pachters. Op deze wijze kan wel de samenwerking gezocht worden tussen natuurbeheer en agrarisch gebruik. Of dit in de toekomst nog mogelijk is, is afhankelijk van het gekozen natuurstreefbeeld en de daarbij behorende waterhuishouding. Staatsbosbeheer bepaalt zelf in welke mate zij de samenwerking met agrariërs op zoekt, of zij het beheer in pacht uit geeft en onder welke voorwaarden

Kan de ecologische verbindingszone onder A7 gecombineerd worden met een fietstunnel?

De provincie heeft in het verleden een verkenning gedaan naar de mogelijkheden voor een combinatie van ecologische verbindingszone met een fietstunnel. De provincie heeft hiervoor nog geen geld beschikbaar gesteld. Mocht Rijkswaterstaat plannen ontwikkelen om de weg en de onderdoorgang aan te passen dan kan opnieuw overwogen worden of koppeling met een fietstunnel mogelijk is. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat er werkzaamheden zullen plaatsvinden.

Zou SBB ook de natuurontwikkeling van het boezemgebied aan de oostzijde van het L’diep op zich willen/kunnen nemen?

De provincie heeft dit niet aangewezen als natuur. Dit gebied is in eigendom en beheer bij het waterschap.


Belangen

Wie houdt mijn belang in de gaten?

De gebiedscommissie moet met alle belangen rekening houden. In principe ben je zelf verantwoordelijk om je eigen individuele belang af te wegen. Heb je vragen of twijfels neem dan gerust contact op met Ernstjan Cornelius, de secretaris van de gebiedscommissie.

Op welke punten en momenten is er inspraak mogelijk van particulieren en collectieven van belanghebbenden?

De gebiedscommissie wil graag met u in gesprek zijn, zodat officiële inspraak niet nodig is. Door samen aan de plannen te werken in bijvoorbeeld de schetsschuiten willen we graag uw ideeën meenemen. Ook kunt u om specifiek aandacht te vragen voor bepaalde onderwerpen inspreken in openbare vergaderingen van de gebiedscommissie.

Officiële inspraakmomenten in de procedure zijn:

  • Ter visie legging Nota Reikwijdte en Detailniveau MER
  • Ter visie legging ontwerp inrichtingsplan
  • Ter visie legging voorontwerp provinciaal inrichtingsplan (PIP)
  • Ter visie legging ontwerp PIP
  • Beroep PIP
  • Beroep inrichtingsplan
  • Ter visie legging peilbesluit
  • Beroep peilbesluit

Wanneer er een ontgrondingsvergunnning nodig is zijn de officiële inspraakmomenten:

  • Ter visie legging aanvraag ontgrondingsvergunning
  • Ter visie legging ontwerp-ontgrondingsvergunning
  • Beroep ontgrondingsvergunning

Bij de ter visie legging van het PIP, het inrichtingsplan en de eventueel benodigde ontgrondingsvergunning ligt ook het MER ter visie.

Hoe wordt gecompenseerd voor waardevermindering van huizen en schade ontstaan tijdens de aanleg?

De vergoeding voor planschade is geregeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Particulieren, ondernemers en bedrijven, die menen als gevolg van de aanwijzing en vastlegging van een waterbergingsgebied in een bestemmingsplan of inpassingsplan schade te lijden, kunnen een verzoek tot toekenning van planschadevergoeding indienen bij de Burgemeester en Wethouders van de gemeente. In geval van een inpassingsplan moet de schadeclaim worden ingediend bij Burgemeester en wethouders, die de aanvraag onverwijld doorzenden aan Gedeputeerde Staten. Een aanvraag om tegemoetkoming in schade dient binnen 5 jaar na het onherroepelijke besluit te worden ingediend. De schade ontstaat bij het onherroepelijk worden van het plan.

Schade bij aanleg wordt zoveel mogelijk voorkomen. Waar schade bij aanleg ontstaat zal deze worden vergoed. De uitvoerende aannemer heeft hier verzekeringen voor.

Worden de afspraken ter voorkoming van schade met particuliere belanghebbenden contractueel vastgelegd?

Ja afspraken worden op papier gezet en vastgelegd.

Wat voor overlast kunnen we verwachten tijdens de aanleg en hoe lang duurt dat?

Het optreden van overlast en de duur van de overlast is afhankelijk van welke maatregelen en ingrepen er worden uitgevoerd. In alle gevallen zal de mate en duur van overlast zoveel mogelijk worden beperkt.

Hoe wordt de tijdens de aanleg aangerichte schade hersteld c.q. vergoed?

Schade wordt zoveel mogelijk voorkomen. Treedt er toch schade op dan wordt dit gecompenseerd/vergoed.

Worden toegangswegen, ter voorkoming van schade geasfalteerd?

Ontsluiting van de percelen met kades dient zo plaats te vinden dat deze goed toegankelijk blijven. De vormgeving van de kade is hierbij belangrijk. Gezien de hoogte van de kades lijken coupures niet nodig


Welk gebied

Waar zijn de waterbergingsgebieden gepland?

In het Zuidelijk Westerkwartier zijn drie waterbergingsgebieden aangewezen. Het gaat om de gebieden Dwarsdiep, De Dijken (Bakkerom) en Driepolders. In het Dwarsdiep gaan we in tijden met veel water het gebiedseigen water vasthouden. De beek zal dan de laag gelegen graslanden overstromen. Eigenlijk zoals vroeger heel gebruikelijk was op de laag gelegen delen in het Zuidelijk Westerkwartier. In de polders De Dijken en Driepolders laten we in perioden met veel water, ook tijdelijk water in. Als het hoge water voorbij is, laten we de polders weer droogvallen.

Deze gebieden maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit is het netwerk van met elkaar verbonden natuurgebieden in ons land. Dieren en planten krijgen zo een betere leefomgeving en kunnen zich beter verspreiden. Vroeger heette dit de ‘Ecologische Hoofdstructuur’. Delen van bovengenoemde drie waterbergingsgebieden zijn al aangekocht en of duurzaam in natuurbeheer. We streven ernaar om ze geheel beschikbaar te krijgen voor de waterberging en de natuurontwikkeling. Dit kan door verwerving maar ook door middel van beheer.

Waar ligt de grens van het (werk)gebied?

Het plangebied ligt rond de al ingerichte en nog in te richten natuurgebieden in het Zuidelijk Westerkwartier. Op deze kaart kun je de begrenzing zien.


Plannen

Wie besluit over de plannen?

De gebiedscommissie dient haar advies voor het concept ontwerp inrichtingsplan in bij het waterschap en de provincie. Zij besluiten of het ontwerp inrichtingsplan voldoet aan de eisen. Na vaststelling van het ontwerpinrichtingsplan komt het plan ter inzage te liggen en kan iedereen inspreken op het ontwerpinrichtingsplan. Provincie en waterschap nemen de inspraakreacties mee in hun overwegingen om het inrichtingsplan vast te stellen

 

Hoe lang gaan deze plannen (voor waterberging) mee?

‘Kunnen we over tien jaar weer een nieuwe ronde verwachten of is het na deze plannen genoeg tot na 2050?’ Deze maatregelen zijn voldoende om in 2025 aan de veiligheidseis te voldoen. Ze blijven effectief om ook bij te dragen aan de veiligheid in 2050. De maatregelen zijn gebaseerd op vooruitzichten over de verwachte regenval, zeespiegelstijging en de bodemdaling. Over tien jaar zal duidelijk zijn of die verwachtingen uitkomen en of er wijzigingen in de verwachtingen nodig zijn. Dan wordt onderzocht of er aanvullende maatregelen nodig zijn om ook in 2050 aan de veiligheidseisen te voldoen.

Mag ik meepraten bij het maken van de plannen?

De gebiedscommissie werkt de maatregelen uit die nodig zijn om water te kunnen bergen en natuur te realiseren. Zodra meer duidelijk is welke maatregelen nodig zijn, gaat de gebiedscommissie samen met de mensen in het gebied in gesprek. Dit om te bekijken op welke wijze maatregelen uitgevoerd kunnen worden en welke aanvullende wensen en opgaven er voor het gebied zijn. De eerste gezamenlijke uitwerkingen (schetssessies) vinden tussen eind november 2015 en maart 2016 plaats. De ideeën die hier uit voortkomen worden uitgewerkt in een concept inrichtingsplan. Dit zal een plan op hoofdlijnen zijn voor het natuurnetwerk in het Zuidelijk Westerkwartier. De waterbergingsgebieden Dwarsdiep, Polder de Dijken en Driepolders worden al iets meer in detail uitgewerkt.

Wanneer gaan jullie aan de slag?

Pas nadat alle plannen zijn vastgesteld en vergunningprocedures zijn doorlopen gaan we buiten werkelijk aan de slag. Dat kan in het ene gebied al eerder zijn dan in het andere gebied. Het streven is om vanaf 2020 de 3 waterbergingsgebieden in te kunnen zetten voor waterberging als zich een hoogwatersituatie voordoet.

Wat zijn schetsschuiten of schetssessies?

Dit middel willen we inzetten om tot integrale inrichtingsplannen te komen. Bij een schetssessie zitten meerdere partijen en belanghebbenden aan tafel. Door middel van praten en schetsen worden de verschillende belangen bij elkaar gebracht en uitgewerkt naar een gedragen inrichtingsschets.

Wat is de periode van inspreken en bezwaar maken?

Naast het vaststellen van het inrichtingsplan, zoals hierboven beschreven, moeten er nog veel meer zaken geregeld worden. Bestemmingsplannen moeten worden aangepast, een milieueffectrapportage moet worden geschreven, het peilbesluit moet worden opgesteld en diverse vergunningen moeten worden aangevraagd. Al deze besluiten kennen hun periode van voorbereiding en ter inzagelegging voordat provincie, waterschap of gemeente hier een besluit over nemen.


Waarom

Waarom gaat het nu wel gebeuren?

Er zijn al eerder plannen geweest voor waterbergingen in het Westerkwartier. In 1998 bleek dat het waterschapsgebied onvoldoende was ingericht om overstroming vanuit de boezem (door zware regenval) te kunnen voorkomen. Ook toen is in de laaggelegen gebieden gezocht naar bergingsmogelijkheden, ook op verschillende locaties in het Westerkwartier. Die zijn toen gevonden in de Eelder- en Peizermaden. In de herinrichtingsprojecten die daar al gaande waren kon deze functie gecombineerd worden. Deze gebieden zijn inmiddels ingericht.

De tendens is dat er elk jaar meer regen valt en dat dat in heviger buien gebeurt. Daarmee wordt de afvoerpiek steeds groter. Er zijn dan ook steeds opnieuw maatregelen nodig om overstromingen te vermijden. Eén van de voorgestelde maatregelen van ‘Droge Voeten 2050’ is om de inrichting van de waterberging in de Eelder- en Peizermaden aan te passen, zodat er nóg meer water geborgen kan worden in extreme situaties. Maar dat is nog niet genoeg. Daarom zijn nu méér bergingsgebieden nodig in laaggelegen gebied. Aangevuld met de andere maatregelen elders.

Waarom moeten die bergingen juist in het Westerkwartier?

Vanuit de beken van Noord-Drenthe en het westen van Groningen stroomt het water via het Westerkwartier naar het Leekstermeer. Daar is het laagst gelegen gebied. Vervolgens gaat het water door het Reitdiep, het Wolddiep en het Lettelberterdiep naar het noorden, aangezogen door het gemaal De Waterwolf in Lammerburen. De watergangen naar het noorden zijn smal. Bij extreme regenval in Noord-Drenthe en West-Groningen kunnen deze smalle watergangen de enorme aanvoer niet aan. Hierdoor verzamelt het water zich in de laagste gedeeltes.

Om ongewenste schade en andere verrassingen te voorkomen is het verstandig om in die laagste gebieden een gedeelte daarvoor speciaal in te richten. Dat zijn de nu voorgestelde bergingsgebieden. Op plekken waar al eerder gebieden zijn aangewezen om een deel van het natuurnetwerk Nederland (de Ecologische Hoofd-structuur) aan te leggen, kan nu een combinatie gemaakt worden met waterberging. Twee maatschappelijke doelstellingen in één keer op één plaats bereiken. Daarmee springen we verstandig om met de schaarse landelijke ruimte.

Waarom een natuurnetwerk?

De natuur in Nederland raakte steeds meer versnipperd. Kleine stukjes natuur met soms bijzondere planten en dieren raakten steeds meer geïsoleerd van andere gebieden. Dat is lastig te beheren: want hoe richt je bijvoorbeeld de waterhuishouding in op een klein gebied te midden van bijvoorbeeld landbouwgronden. Bovendien kunnen planten en dieren niet meer van het ene gebied naar het andere, waardoor de kans dat ze in een bepaald gebied verdwijnen steeds groter wordt. Om de gebieden beter te kunnen beheren, de waterhuishouding beter af te stemmen op de verschillende functies in het landelijk gebied en vooral om uitwisseling van soorten tussen gebieden mogelijk te maken, hebben we in Nederland het Natuurnetwerk. Het Groningse natuurnetwerk maakt daar deel van uit. In het Zuidelijk Westerkwartier kennen we veel kleine zeer waardevolle natuurgebieden. Door het natuurnetwerk in te richten kunnen we de kleine gebiedjes met elkaar verbinden en kunnen we de waterhuishouding beter afstemmen op natuur, landbouw en veilig wonen. Dieren zoals de otter of de libel de groene glazenmaker in het Zuidelijk Westerkwartier kunnen er (terug)komen en blijven.

Waarom is het project noodzakelijk?

Door klimaatverandering, zeespiegelstijging en bodemdaling neemt de kans op wateroverlast toe. Om problemen te voorkomen moet de waterhuishouding in het gebied op orde zijn. In het beheergebied van waterschap Noorderzijlvest gaat het vooral om het benutten van enkele in te richten natuurgebieden als waterbergingsgebieden. Ook worden kades verbeterd of verhoogd. Tegelijkertijd werken we aan een betere waterkwaliteit en voldoende water voor natuur en landbouw.


Waterberging

Krijgen we door waterberging meer last van muggen?

Onderzoek heeft aangewezen dat muggen houden van een natte omgeving met stilstaand water. Bij de inrichting van de diverse (deel)projecten houden we rekening met de kennis die er in vele andere projecten is opgedaan. Daar waar bebouwing, bewoning dichtbij de natuur aanwezig is zal hier expliciet naar worden gekeken en bij het ontwerp rekening mee worden gehouden. Daar waar muggen te verwachten zijn kan onderzoek vaststellen welke maatregelen nodig zijn dit te beperken en zo mogelijk te voorkomen. Aangezien de waterbergingsgebieden alleen ingezet worden bij extreme situatie en er sprake is van een tijdelijke opslag (veelal niet in het ‘muggenseizoen’) valt hieruit geen overlast te verwachten.

Komen er ook kades bij de waterbergingsgebieden?

Ja, om water in deze gebieden te kunnen bergen zijn er kades nodig. De kades zijn nodig om water in het gebied te bergen. En ze beschermen ook de directe omgeving van deze waterbergingsgebieden tegen wateroverlast. Niet overal zijn kades nodig. Waar mogelijk maken we gebruik van de natuurlijke hoogteverschillen. Ook de hoogte zal variëren. De voorlopige berekeningen geven aan dat daar waar kades nodig zijn deze in hoogte kunnen variëren van ca 0,30 meter boven het maaiveld tot ca 1,50 meter boven het maaiveld. Zie ook de foto’s op deze pagina. Het aantal te bergen kubieke meters water is bepalend waar deze moeten komen en hoe hoog kades moeten worden. De vormgeving van de kades en de definitieve locatie worden in schetssessies uiteindelijk bepaald.

 

Kan ik schade oplopen door het gebruik van bergingsgebieden?

Mocht er zich onvoorziene schade voordoen die veroorzaakt is door het handelen van het waterschap, dan kan de benadeelde een beroep doen op de Procedureverordening nadeelcompensatie waterschap Noorderzijlvest 2012, al dan niet in samenhang met de Beleidsregel schadevergoeding waterbergingsgebieden waterschap Noorderzijlvest 2012.

Afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden wordt naar aanleiding van een dergelijk verzoek een advies aan het waterschapsbestuur uitgebracht door een onafhankelijke commissie, bestaande uit schade-experts, die, de verzoeker(s) en het waterschap gehoord, gezamenlijk beoordelen of, en zo ja, tot welk bedrag aanspraak bestaat op een vergoeding.

Buiten de bergingsgebieden wordt er geen schade verwacht: de onmiddellijke omgeving is beschermd door keringen. En op grotere afstand wordt het juist veiliger als alle DrogeVoeten2050-maatregelen uit het project Droge Voeten2050 uitgevoerd zijn.

Hoe lang blijven de bergingsgebieden onder water?

De bergingsgebieden worden alleen ingezet bij extreme situaties, waarbij het verschil in wateraanvoer (door neerslag en toestroming) en waterafvoer (door wegstroming en bemaling en spuien) tijdelijk opgeslagen wordt. Zodra de aanvoer afneemt wordt het opgeslagen water geleidelijk afgevoerd. De waterstanden zakken dan ook. De maximale waterstanden in de bergingen duren waarschijnlijk hoogstens een week. De frequentie van onderwater zetten varieert van 1 keer in de 10 jaar (Dwarsdiep) tot 1 keer in de 25 jaar in de andere waterbergingen die liggen in de gebieden van het natuurnetwerk.

Moeten landeigenaren, het periodiek inunderen van hun bezit voor waterberging, gedogen?

Ja, landeigenaren moeten het periodiek inunderen (inunderen is het onder water zetten van een gebied) van hun bezit voor waterberging gedogen. Uit welke artikelen van wet of regelgeving volgt dat dan?

Dit volgt uit het bepaalde in art. 5.26 van de Waterwet.

Vervolgvraag B:

“Moeten landeigenaren, het periodiek inunderen van hun bezit gedogen voor de aanleg van de eventueel benodigde infrastructuur op hun land, die noodzakelijk is voor die waterberging, zoals b.v. sloten, kaden, duikers en stuwtjes?”

Ja, er geldt een vergelijkbare duldplicht voor de met waterberging samenhangende uitvoering van werken / werkzaamheden en de aanleg en instandhouding van infrastructuur. Dit volgt uit artikel 5.24 van de waterwet.

Vervolgvraag C:

“Als in de situaties A en/of B de eigenaar niet hoeft te gedogen en in het theoretische geval ook niet wil meewerken aan inundatie en/of aanleg van infrastructuur, moet de overheid dan overgaan tot aankoop of onteigening? En zo ja, uit welke artikelen van wet of regelgeving volgt dat dan?”

Gelet op de hierboven bij A en B gegeven antwoorden is in beide gevallen sprake van een gedoogplicht en in die zin is vraag C niet relevant. Het is ook zeker niet zo dat bij de overheid in alle voorkomende gevallen, al dan niet afhankelijk van de individuele voorkeuren van eigenaren, een verplichting tot aankoop of onteigening rust.

Hieronder vind je de aangegeven wetteksten.

  • Artikel 5.24
    1. De beheerder kan, voor zover dat voor de vervulling van zijn taken redelijkerwijs nodig is, rechthebbenden ten aanzien van onroerende zaken de verplichting opleggen om de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk en de daarmee verband houdende werkzaamheden te gedogen, wanneer naar zijn oordeel de belangen van die rechthebbenden onteigening niet vorderen.
    2. Artikel 5.21, tweede lid, is van toepassing.
  • Artikel 5.26

Rechthebbenden ten aanzien van onroerende zaken, gelegen in of deel uitmakend van een oppervlaktewaterlichaam of bergingsgebied, zijn gehouden wateroverlast en overstromingen ten gevolge van de afvoer of tijdelijke berging van oppervlaktewater te dulden.

 

Is de aanwijzing van het gebied definitief of zijn er nog alternatieven? (Nienoordspolder, Tolberter Petten)

Naar aanleiding van het onderzoek “Droge Voeten” heeft het waterschap in november 2014 een keuze gemaakt welke maatregelen zij wil nemen. De provincie heeft daarna in december 2014 de waterbergingsgebieden aangewezen. De gebiedscommissie heeft de opdracht gekregen een plan te maken voor deze gebieden. Met de keuze voor deze gebieden willen waterschap en provincie natuur- en waterdoelen zoveel mogelijk te combineren.

Wat als het gebied niet eens in de 25 jaar maar om de 5 jaar wel eens ingezet moet worden (dat weten we dus pas over 10 jaar)

In de studie “Droge Voeten” is, rekening houdend met klimaatverandering, berekend dat het gebied gemiddeld eens in de 25 jaar zal moeten worden ingezet. Het gaat hier om een statistische kans dat de polder ingezet moet worden. Dit betreft een berekende inschatting naar de toekomst. Hoe dit zich gaat ontwikkelen is nu niet vast te stellen.

Hoe hoog worden de kades?

Om het water te kunnen keren (tegen te houden) moeten de kades aan voorwaarden voldoen, zoals hoogte, breedte en stevigheid.

Op de locaties waar kades gaan komen worden sonderingen uitgevoerd. Hierbij wordt bekeken wat de draagkracht van de ondergrond is. Nieuwe kades worden altijd iets hoger aangelegd dan dat deze uiteindelijk moeten zijn qua veiligheid. Dit noemen we de overhoogte.
Kades zakken namelijk na aanleg, omdat de grond zich moet zetten. Bij weinig draagkracht (veelal venige gronden) moet rekening worden gehouden met meer effecten van nazakken en een grotere overhoogte.

overhoogtekade

De hoogte van de kades hangt dus af van:

  • hoeveelheid van het water (waterhoogte) welke binnen de waterbergingsgebieden geborgen wordt
  • de plaats (ligging) waar de kade komt. Bij een laag gelegen maaiveld ter plaatse van de kade, wordt de kade hoger dan bij een hoger gelegen locatie
  • het materiaal waarmee de kade wordt gemaakt
  • de draagkracht van de ondergrond

Voor de veiligheid wordt elke kade 30 cm hoger gemaakt dan berekeningen aangeven, dit noemen we de waakhoogte.

In de besteksfase (na de planvormingsfase) wordt dit nader onderzocht en uitgewerkt. Zo ontstaat er maatwerk. Hierbij worden belanghebbenden en aanwonenden betrokken en geïnformeerd.


Natuur

Is er niet al voldoende natuur?

In het Zuidelijk Westerkwartier liggen nu al een aantal mooie natuurgebieden. Deze natuurgebieden zijn vaak afhankelijk van de waterhuishouding. Omdat het slechts om kleine stukjes natuur gaat, kunnen we de waterhuishouding niet voldoende afstemmen op de eisen van planten en dieren. Door een groter gebied in te richten, zoals het beekdal van het Dwarsdiep, kunnen we niet alleen de waterhuishouding voor planten en dieren verbeteren. We kunnen ook de waterveiligheid en waterkwaliteit verbeteren. Het verbeteren van de waterkwaliteit is overigens een opgave vanuit Europa. Provinciale Staten hebben in het provinciaal omgevingsplan vastgesteld waar de nieuwe natuurgebieden moeten komen en hoe groot deze gebieden zijn.

Hoe ziet de nieuwe natuur in het gebied er straks uit?

Dat verschilt per gebied. In het ene gebied ligt de nadruk op het beheer van weidevogels of het behoud van elzensingels. In het andere gebied ligt de nadruk op vochtige hooilanden met haar bijbehorende dieren. Voor de lage natte delen kun je de omgeving van de Oude Riet of de Doezumermieden nemen als voorbeeld. Op de hogere delen kun je denken aan bloemrijke graslanden en is ruimte voor (agrarisch) medegebruik, zoals je nu bijvoorbeeld ziet in de Grootegastermolenpolder.

Onder projecten/deelgebieden geven we later op deze website per gebied inzicht  in wat de opgave en doelen zijn. Ook de voortgang per deelgebied houden we hier bij.

Hoe stelt SBB zich de ecologische verbindingszone voor van Leekstermeer naar Matslootgebied?

De robuuste verbindingszone is een onderdeel van de natte as in Groningen. Rond De Drie Polders verbindt de verbindingszone de natte natuurgebieden langs het Dwarsdiep/Matsloot met het Leekstermeer. Er wordt gezocht naar een verbinding tussen het gebied Pasop en De Drie Polders. De verbindingszone zal bestaan uit een strook van ca. 50-100 meter breedte, langs watergangen. De zone bestaat uit een afwisseling tussen riet, natte en kruidenrijke grasland. Ten zuiden van de A7 is onlangs een deel van de verbinding gerealiseerd. Binnen De Drie Polders moet bekeken worden op welke wijze invulling gegeven wordt aan de verbindingszone. De verbindingszone is bedoeld voor soorten als bijvoorbeeld otter en waterspitsmuis. De zone verbindt leefgebieden en biedt tijdelijk leef- of voedselgebied, waardoor dieren veilig van het ene naar het andere gebied kunnen trekken.


Kosten

Wat kost het en wie betaalt?

Wat het project gaat kosten is nog niet bekend. Bij het concept ontwerp inrichtingsplan wordt een kostenraming opgesteld. Deze geeft inzicht in de kosten van het project.

We maken een inrichtingsplan met een raming. Door verschillende doelen te combineren dragen meerdere partijen bij en kunnen we efficiënt om gaan met de middelen. Daarnaast wordt nadrukkelijk gekeken naar bijdragen uit Europa.

 

Ik wil een deskundige inhuren om mijn belangen te behartigen. Kan ik de kosten verhalen?

Nee, indien u zelf uw belangen wilt laten behartigen door een deskundige, bent u zelf opdrachtgever en verantwoordelijk voor de eventuele kosten die hiermee zijn gemoeid.

De Gebiedscommissie wil het proces goed doorlopen en begeleiden en wil door middel van maatwerk afspraken maken over bijvoorbeeld het duurzaam beschikbaar komen van gronden (particulier natuurbeheer, verkoop, ruiling naar buiten of binnen de begrenzing, natuurbeheer inpassen in bedrijfsvoering)  Maar ook over de te nemen inrichtingsmaatregelen.

Hiervoor zet de Gebiedscommissie deskundigen in. Als het nodig is dat er bijvoorbeeld voor een bedrijf begeleiding en doorrekening van bedrijfseconomische effecten nodig is (bijvoorbeeld voor verandering of verbreding van de huidige bedrijfsvoering), kan de Gebiedscommissie dit faciliteren. Ook kan de commissie een kavelruilcoördinator inzetten. Ook het in beeld brengen van de effecten van waterpeilveranderingen binnen en buiten het Natuurnetwerk zal door deskundigen worden uitgevoerd in opdracht van de Gebiedscommissie.
Als u wilt dat de Gebiedscommissie met u mee denkt, neem dan voordat u stappen onderneemt contact op met de secretaris.

Heeft SBB voldoende geld om langdurig onderhoud en beheer te financieren?

SBB krijgt een beheervergoeding van de provincie in het kader van het SNL. Zij maken hier afspraken over.Dit geldt ook voor andere (toekomstige) beheerders van het gebied.

 


Communicatie

Hoe worden inwoners betrokken bij het project?

De inwoners van het gebied worden uiteraard betrokken in dit project, we gaan namelijk hun omgeving inrichten. Dit vindt in verschillende fases van de planvorming plaats. Als eerste moet een basis bekend zijn van wat er nodig is om de sectorale delen, natuur en waterdoelen in het gebied te realiseren. Dit proces gebeurt niet direct met de inwoners maar in de diverse werkgroepen die onder de gebiedscommissie zijn ingesteld.

Zodra bekend is wat er aan maatregelen nodig is voor de genoemde hoofddoelen wordt de uitwerking van deze sectorale delen naar de andere beleidsdoelen (landbouw, landschap, toerisme, recreatie en leefbaarheid) samen met de streek uitgewerkt. In deze uitwerking naar een concept integraal inrichtingsplan krijgen alle beleidsdoelen en de inpasbaarheid van deze doelen in het gebied aandacht en de ruimte.

Het eerst inzicht krijgen in de sectorale delen natuur en water houdt niet in dat deze inzichten vast staan en niet meer bespreekbaar zijn. Dit is meer om richting en sturing te geven aan de integrale gebiedsontwikkeling vanuit de hoofddoelen natuur en water. Hierbij willen we samen de balans zoeken en tot oplossingen komen.

Deze uitwerking van sectoraal naar integraal zal op meerdere manieren plaats gaan vinden. De belangrijkste zijn: Door het houden van schetssessies met inwoners worden mogelijkheden en onmogelijkheden gezamenlijk verbeeld en afgewogen. Ook kan er door (individuele) zogenaamde keukentafelgesprekken betrokkenheid van het gebied worden ingebracht.

Het werken in schetssessies heeft de voorkeur omdat dan gezamenlijk naar de opgave van dat gebied gekeken gaat worden.

De uitwerking van (deel)gebieden met de streek zal in eerste instantie worden opgepakt in en om de waterbergingsgebieden Dwarsdiep, Polder de Dijken en Driepolders. Dit omdat deze waterbergingsgebieden in 2020 moeten kunnen functioneren.

Ik heb ideeën voor het gebied. Kan ik die inbrengen?

Wij zijn benieuwd naar jouw ideeën over het gebied. Je kunt ze inbrengen tijdens een schetssessie, een informatie avond of keukentafelgesprek. Natuurlijk kun je ook contact opnemen met de secretaris van de gebiedscommissie: Ernstjan Cornelius. Hij werkt bij Prolander, de uitvoeringsorganisatie van de provincies Groningen en Drenthe. Ernstjan is te bereiken onder telefoonnummer 0592 365049 (met doorschakeling naar mobiel) of per mail ZWK@prolander.nl

Waar kan ik terecht voor meer informatie?

Op deze website vind je alle informatie over het project. Voor meer informatie kun je contact opnemen met de secretaris van de gebiedscommissie, Ernstjan Cornelius. Hij werkt bij Prolander, de uitvoeringsdienst van de provincies Groningen en Drenthe. Ernstjan is te bereiken onder telefoonnummer 0592-365049 (met doorschakeling naar mobiel) of per mail ZWK@prolander.nl

Hoe word ik op de hoogte gehouden?

Je blijft op de hoogte door de keukentafelgesprekken, schetssessies, nieuwsbrieven, informatieavonden, twitter en de website.

Wanneer komen jullie bij mij thuis?

Stel dat jouw grond is aangewezen als waterbergingsgebied. Een openbare bijeenkomst is dan niet de plek om daarover te praten. Daarom komen we ook liever bij je thuis voor een gesprek aan de keukentafel. In zo’n gesprek horen we graag hoe je over de plannen denkt, wat je aan mogelijkheden ziet. We kunnen je dan meer vertellen over de mogelijkheden om bijvoorbeeld grond te ruilen, te verkopen of zelf in (natuur)beheer of aangepast agrarisch beheer te gebruiken.

We gaan in eerste instantie op bezoek bij mensen met grond in de waterbergingsgebieden. Later komen we ook bij de andere eigenaren in de gebieden van het natuurnetwerk. Natuurlijk kun je altijd zelf een afspraak maken, ook als je niet direct binnen het natuurnetwerk grond hebt, maar bijvoorbeeld wel belangstelling hebt voor het ruilen van grond.

 


Algemeen

Gaat het alleen om water en natuur?

Nee, het gaat juist om de samenwerking tussen natuur, landbouw en water. Om de leefbaarheid en het beleven van het gebied en de kansen die dit biedt voor toeristische en recreatieve ontwikkelingen.

Is de benodigde grond beschikbaar?

Nee, hier ligt nog een forse opgave.

Om de brede doelen in het gebied te realiseren is grond nodig. Grond om ruilingen te kunnen rondzetten voor (landbouw)structuurverbetering en het vrijmaken (duurzaam beschikbaar krijgen) van gronden voor natuur- en waterdoelen.

In het projectgebied is een breed vertegenwoordigde grondcommissie ingesteld. De grondcommissie is ingesteld als een overlegorgaan om het duurzaam beschikbaar stellen van de grond in het kader van het gebiedsproces zo goed mogelijk te begeleiden. Het is een platform waar kansen en mogelijkheden kunnen worden besproken en keuzes kunnen worden voorgelegd voor advies. Prolander zal in samenspraak met de grondcommissie invulling geven aan het proces om gronden beschikbaar te krijgen voor de verschillende doelstellingen. Daartoe wordt binnen het gebiedsproces gereageerd op kansen die zich voordoen. Deze kansen betreffen zowel verzoeken om invulling te geven aan particulier natuur beheer als kansen om gronden te verwerven die benut kunnen worden voor het gebiedsproces. Deze kansen worden voorzien van een advies van de grondcommissie en afgewogen door de opdrachtgevers die bepalen of ingegaan kan worden op de geboden kans.

In de projectgebieden Dwarsdiep, polder De Dijken en de Driepolders zullen eigenaren in het najaar 2015 actief worden benaderd door Prolander om te inventariseren op welke manier gronden beschikbaar kunnen komen om de doelen zo goed mogelijk in te vullen. Daarbij zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de mogelijkheden en wensen van de eigenaren. Denk hierbij  bijvoorbeeld aan invulling van particulier natuurbeheer ter plaatse, maar ook aan verkoop, ruiling van percelen naar buiten de begrenzing of ruiling binnen de begrenzing of wensen tot inzet van natuurbeheer passend binnen de bedrijfsvoering. Daarbij zijn verschillende uitwerkingsvormen denkbaar en waar mogelijk zal binnen nader te stellen randvoorwaarden maatwerk worden geboden.

Neem voor vragen over grond en grondzaken contact op met Arjen van der Veen van Prolander, telefoonnummer: 0592 365316 of e-mail: grondzakenZWK@prolander.nl

Meer hierover vind je hier.

Wie beheert de natuur?

De invulling van de natuur vindt plaats in het inrichtingsplan. Het streven is om de natuur voor iedereen toegankelijk te maken. Wie de natuur gaat beheren is nog niet bekend. Op sommige plaatsen, waar de natuur kritische eisen stelt aan het beheer, zal meer ervaring en kennis van gespecialiseerd natuurbeheer nodig zijn. Op andere plaatsen zal ruimte zijn voor particulier natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer.

Is er aandacht voor het landschap?

Ja, één van de opgaven is herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden. Denk bijvoorbeeld aan de houtsingels en waterlopen. Bij het ontwerpen van het waterbergingsgebied kijken we naar de landschappelijke inpassing en vormgeving van de kades.

Hoe ziet het proces er in hoofdlijnen uit?

Twee detailleringen

Het concept inrichtingsplan bestaat uit twee verschillende detailleringen. Eén voor het hele plangebied. En een tweede detaillering (uitwerking naar alle beleidsdoelen en inpasbaarheid in de streek) voor de drie waterbergingsgebieden. Dit laatste omdat deze in 2020 moeten kunnen functioneren.

Gegevens verzamelen

Voor het opstellen van een concept inrichtingsplan zijn gegevens nodig. Welke maatregelen moeten worden genomen om de sectorale doelen natuur en water te realiseren? Dit onderdeel moet eerst bekend zijn om daarna de doorstap te maken naar de integrale gebiedsinrichting. Deze eerste stap zal voor het hele gebied worden uitgevoerd.

De eerste stap zal in de project (sub)groep worden opgesteld en afgestemd en daarna worden voorgelegd aan de gebiedscommissie. Voor de waterbergingsgebieden wordt een nadere detaillering uitgewerkt. Deze uitwerking wordt gedaan met de streek. Hiervoor worden individuele of gezamenlijke schetssessies georganiseerd met direct betrokkenen en belanghebbenden.

In gesprek

Om de grond die nodig is beschikbaar te krijgen, stelt de grondcommissie een plan op. De eerste inventariserende stap hierin is om het gesprek aan te gaan met alle eigenaren die grond in bezit hebben die nog niet verworven is of duurzaam in beheer voor de natuur en waterdoelen. Ook hier ligt de focus eerst op de eigenaren in de drie waterbergingsgebieden. Na deze eerste inventarisatie proberen we met maatwerk deze gronden beschikbaar te krijgen voor de natuur en waterdoelen.

Kansen buiten de waterbergingsgebieden worden ‘opgepakt’ en afhankelijk van de beschikbare mogelijkheden ook direct meegenomen.

Hoe vindt formeel/juridisch de afstemming plaats tussen provincie, gemeente en waterschap t.a.v. de te verlenen omgevingsvergunning(en), bestemmingsplan, peilbesluit, etc.?

Provincie, waterschap en gemeenten stemmen de procedures zoveel mogelijk op elkaar af. Zij stellen in gezamenlijkheid bijvoorbeeld de MER, provinciaal inpassingsplan (=bestemmingsplan) en peilbesluit op. Provincie is bevoegd gezag voor de MER, evt. ontgrondingsvergunning en het provinciaal inpassingsplan. Het waterschap is bevoegd gezag voor het peilbesluit en de gemeente voor de omgevingsvergunning. Provincie en waterschap stellen het inrichtingsplan vast. Het inrichtingsplan is één op één gekoppeld aan het provinciaal inpassingsplan. Het provinciaal inpassingsplan staat toe wat het inrichtingsplan beoogt.

Zijn er beheersmogelijkheden voor het verder oprukken van pitrus?

Pitrus houdt van een verstoorde bodem en wisselende grondwaterstanden. Eén van de manieren om sterke uitbreiding van pitrus te voorkomen is het hoog houden van de grondwaterstand. Daarnaast is in verschillende gebieden goede ervaring opgedaan met het maaien van pitrus, waardoor er geen dichte en hoge pollen ontstaan en de pitrus in verspreiding en dichtheid afneemt.

Kunnen er afsluitbare coupures in de dijk worden aangebracht om de toegang te vergemakkelijken?

Ontsluiting van de percelen met kades dient zo plaats te vinden dat deze goed toegankelijk blijven. De vormgeving van de kade is hierbij belangrijk. Gezien de hoogte van de kades lijken coupures niet nodig.

Laatste nieuws

Het Zuidelijk Westerkwartier van vroeger

Neem op deze site van het kadaster eens een duik in de geschiedenis van het Zuidelijk Westerkwartier...

> Lees verder

Werkbezoek Statenleden aan het Zuidelijk Westerkwartier

Lees het verslag van het werkbezoek van de Statencommissie Ruimte, Natuur en Leefbaarheid aan het Zu...

> Lees verder

Welke pareltjes kent het Zuidelijk Westerkwartier?

Aan de hand van bureaustudies en veldonderzoek komt in beeld wat er leeft en bloeit in het Zuidelijk...

> Lees verder

Waterschap Noorderzijlvest stelt Projectnota vast

Het DB van Waterschap Noorderzijlvest heeft op 23 juni de Projectnota Gebiedsontwikkeling Zuidelijk...

> Lees verder

Vragen uitbreiding capaciteit gemaal H.D. Louwes

Tijdens de Gebiedscommissie vergadering van 6 december 2016 is er een aantal vragen gesteld, het wat...

> Lees verder